Tobben met dieren
 

Wil je zien wat me bezighoudt?

Blogitems uit 2016

Regelmatig schrijf ik in blogvorm over zaken die me raken of aan het denken zetten: ervaringen in mijn werk, ontmoetingen, inspirerende boeken, films of thema’s. Je vindt ze hier.

09 mei
2016

Tobben met dieren

Als je een dier zou zijn, welk dier zou dat dan zijn? Ik ken een begeleider die deze vraag tot zijn standaardrepertoire rekent en in zijn werk graag te pas en te onpas inzet. Bij de start van een training (stel jezelf voor als dier) of bij een feedbacksessie (wat voor dier vinden de anderen jou). Af en toe brengt hij een kleine variatie op dit thema aan en vraagt dan: stel dat je een dier was, welk dier zou je willen zijn? Dat vind ik wel de mooiste vraag: zowel heel krachtig om je aan het denken te zetten, als heel eenvoudig. Die eenvoud is trouwens bedrieglijk, want het is moeilijker om het antwoord te geven, dan het is om de vraag te stellen. Dat ontdekte ik toen ik me een tijdje geleden op een onbewaakt ogenblik bedacht: stel dat ik als begeleider een dier was, welk dier zou ik dan willen zijn?

Om de een of andere reden was het eerste dier waaraan ik dacht een dolfijn. Hyperintelligent en gevoelig bovendien, en met zijn bijna mythische helende krachten - wie heeft er niet gehoord van zwemmen met dolfijnen? - een perfecte dierkeuze voor mijn gedroomde identiteit als begeleider. Maar toen bedacht ik mij dat de dolfijn vooral een betere versie van mezelf als begeleider zou zijn. En dat deze keus dus wel een beetje braaf en veilig is.

Ik verwierp de dolfijn en dacht verder. Een iets gewaagdere optie kwam bij me boven: de adelaar. Ook al zo’n prachtdier, majestueus vliegend door de lucht. Met zijn gevoel van overzicht, zijn scherpe blik en zijn gevoel voor timing zonder meer een geschikte kandidaat. Maar, twijfelde ik, ook een genadeloze rover met waarschijnlijk een beperkt empathisch vermogen, die bovendien doorgaans erg op afstand blijft. Wilde ik zo zijn als begeleider? Ik verwierp ook de adelaar.

En daarna wist ik het niet meer. Allerlei dieren overwoog ik de afgelopen paar dagen. Een panda: zacht en krachtig, maar helaas ook met uitsterven bedreigt. Een hond: loyaal, trouw, maar ook wel erg afhankelijk en volgzaam. Lang tobde ik over de mug. Klein, maar met een groot vermogen om aanwezig te zijn en de aandacht te trekken en bijzonder effectief in zijn goed getimede steekjes. Maar ook hier kon ik me niet geheel mee verbinden - daarvoor is de mug nu eenmaal een te onaantrekkelijk diertje.

Drie dagen loop ik nu te broeden, maar vanochtend wist ik het opeens. Het dier dat ik wil zijn is een slak. Door zijn traagheid is de slak beslist geen voordehandliggende keus, maar juist die traagheid definieert ook zijn kracht. Kijk maar: de slak verstaat de kunst zijn eigen tempo te gaan, al is dat laag. Hij blijft bij zichzelf, al raast de wereld om hem heen voort. Door zijn lage tempo vertraagt de slak welhaast automatisch en vormt hij de perfecte belichaming van de trage vraag: waarom staan we niet wat meer stil? De slak hoeft die vraag niet te stellen, want door zijn wezen is hij de vraag geworden. Veel krachtiger kun je niet zijn als begeleider.

Vreemd als het mag klinken, maar een slak is wat ik zou willen zijn.

Deze bijdrage verscheen eerder als column in het Tijdschrift voor Begeleidingskunde 1, 2016.