Organisatietaal
 

Wil je zien wat me bezighoudt?

Blogitems uit 2014

Regelmatig schrijf ik in blogvorm over zaken die me raken of aan het denken zetten: ervaringen in mijn werk, ontmoetingen, inspirerende boeken, films of thema’s. Je vindt ze hier.

21 mei
2014

Organisatietaal

Organisatietaal, bestaat er zoiets? Ik denk het wel. In ieder geval valt er veel te beleven in organisaties voor wie net als ik geïnteresseerd is in taal. En als je goed luistert en oplet, gaat vanzelf opvallen dat mensen in organisaties een heel eigen taal gebruiken. Een wonderlijk taaltje is het -dat zeg ik er meteen maar bij, vol met clichés, rare algemeenheden en onnavolgbare, maar heel acceptabel klinkende redeneringen. Een kleine bloemlezing van opvallend organisatiejargon.

 

1.Clichés, dooddoeners en andere stoplappen

Weerstand, gedoe en tegengestelde belangen horen bij organisaties. Dat geeft vaak een hoop ongemak en dus is het handig om een mooie zegswijze paraat te hebben, waarmee iedere situatie effectief geduid kan worden:

- Zonder wrijving geen glans

- Alle neuzen dezelfde kant op

- Alleen dode vissen gaan met de stroom mee (Brrr!)

- Aan de rand van het ravijn groeien de mooiste bloemen

- Afspraak is afspraak (soms zelfs onderdeel van een missie of visie statement)

2. Abstracties en algemeenheden
In welke organisatie moet er tegenwoordig niet resultaatgericht of pro aktief of integraal gewerkt en gehandeld worden? Of is innovatie van groot belang? Maar wat betekent dat dan precies? Dat is veelal onduidelijk en dat verhullen is ook precies de bedoeling van de Abstracte Algemeenheid. In de concreetheid wordt het lastiger.

3. Wenswoorden
Een derde categorie veel gebruikte taal in organisaties vormen de wenswoorden. Taal die vooral uitdrukt hoe het ‘zou moeten zijn’ en die soms (vaak) op gespannen voet staat met de dagelijkse realiteit. René ten Bos (1998) geeft een aardig voorbeeld van zulke woorden.

- De klant komt eerst; betekent in werkelijkheid: de onvoorspelbare markt regeert.

- Kwaliteitsmanagement
; betekent: saneren of meer doen met minder.

- Effectiviteit staat centraal
; betekent: efficiëntie staat centraal

- Flexibiliteit
; betekent: ieder handelt naar eigen goeddunken

- Flexibele arbeid
; betekent: organisatie wil af van verplichtingen

- Verplatten
; betekent: middenkader ontslaan


4. Beheers & controlwoorden

Een vierde domein zijn die woorden waarmee we elkaar laten weten de situaties goed in de hand te hebben.

- Ik ben in control.

 - Plan van aanpak.

- Uitrollen.

- Stuurgroep.

- Draagvlak is georganiseerd.


5. Redeneringen die redelijk lijken, (maar het niet zijn).
Een laatste set uitspraken zijn opmerkingen die heel redelijk overkomen, maar bij nadere bestudering geen stand houden. In de meeste gevallen komt dat omdat de spreker zich onbewust lijkt te zijn van zijn eigen rol in het geheel.

- Zij hebben nogal last van wij-zij denken, daar moeten ze eens wat aan doen.

- Zolang zij zo afwachtend blijven, zal de actie van mij moeten komen.(dus stuur ik nog maar door, waardoor zij nog afwachtender worden)

- We moeten de klant opvoeden (zodat ie zich gaat gedragen zoals wij dat willen).

Ik hou me van harte aanbevolen voor al uw aanvullingen en spitse observaties van organisatietaal.

 

Joris Brenninkmeijer is coach en adviseur. Hij zet zich in voor levendige en bezielde veranderprocessen in organisaties.