Hoe meer ik weet... Een zoektocht naar de waarde van paradoxen
 

Wil je zien wat me bezighoudt?

Blogitems uit 2014

Regelmatig schrijf ik in blogvorm over zaken die me raken of aan het denken zetten: ervaringen in mijn werk, ontmoetingen, inspirerende boeken, films of thema’s. Je vindt ze hier.

16 sep
2014

Hoe meer ik weet... Een zoektocht naar de waarde van paradoxen

Paradoxen: je gaat ze pas zien als je ze doorhebt - om het met een kleine variatie op een cruijffiaanse wijsheid te zeggen. Ik vraag me af of het mogelijk is om het wezen van paradoxen meer te doorgronden en ga op zoek in de literatuur. Een reis langs vijf interessante boeken.

Ik begin mijn zoektocht met Edward Slingerlands Proberen niet te proberen. Waarom alles beter gaat als je het niet te graag wilt (2014; vertaling van Trying not to try: the art and science of spontaneity). Zijn verhaal draait om de vraag: hoe kun je ontspannen en spontaan zijn en tegelijkertijd presteren? Die opgave illustreert hij met het spel Mindball. Twee spelers zitten daarbij tegenover elkaar aan een tafel en tussen hen in ligt een metalen bal. De opgave voor de spelers is de bal aan de andere kant van de tafel te krijgen. Aan hun hoofd zijn elektroden bevestigt, die hersenactiviteit meten. Hoe meer alfa- en thetagolven de hersens voortbrengen, des te groter de kracht op de bal.

De grap van het spel is dat naarmate de hersens meer ontspannen zijn, ze meer alfa- en thetagolven produceren. De kunst van Mindball is dus zo kalm mogelijk te blijven. In de praktijk kost dat de spelers de grootste moeite: beurtelings verliezen ze hun kalmte, wanneer de bal hun kant op komt of door te grote gretigheid. Het spel laat heel mooi zien hoe moeilijk het is om je best te doen om niet je best te doen.

Deze paradoxale kwestie heeft door de geschiedenis heen vele denkers beziggehouden. Slingerland grijpt terug op de oude Chinese denkers uit de confucianistische en taoïstische school en werkt uit welke ideeën zij hadden over het ‘woe-wei’, de toestand van spontaan presteren. Zijn relaas is prachtig geschreven, maar ontmoedigt me ook wat. Deze spontaniteitsparadox meester worden vraagt jaren van innerlijke scholing. Heb ik daar wel het geduld voor, in mijn honger om meer te weten te komen over paradoxen?

Een stuk praktischer is gelukkig het Praktijkboek Werken met paradoxen (2006) van Lenette Schuijt. Paradoxen worden hier nadrukkelijk in de context van leiderschap in organisaties geplaatst. Leidinggevenden bevinden zich in complexe situaties, waarbij oorzaak en gevolg soms geen enkel verband lijken te hebben. En pogingen om die situaties te verbeteren, sorteren veelal allerlei tegengestelde effecten. Behoefte aan meer sturing op kwaliteit heeft geleid tot toenemende bureaucratisering, verscherpt toezicht en extra controlemechanismen, met als effect eerder een verschraling van kwaliteit dan een verbetering.

Leiders staan tegenwoordig dus voor de opgave om vele tegenstrijdigheden niet eenvoudigweg te proberen op te lossen, maar om ze te hanteren en in zichzelf te verenigen. Schuijt onderzoekt hoe leiders de polariteiten van verschillende paradoxen met elkaar kunnen verbinden. Hoe kan een leider loslaten en sturen ofwel loslatend sturen? Hoe ziet bezielde zakelijkheid er uit? Hoe kunnen we doelgericht zijn en tegelijkertijd met elkaar onderweg?

Het Praktijkboek Werken met paradoxen is een uitstekend boek dat ik met veel plezier lees. De voorbeelden zijn sprekend, de uitleg helder en elk hoofdstuk grossiert in oefeningen of reflectievragen. Als begeleidingskundige kom ik goed aan mijn trekken.

Vervolgens lees ik Ondertussen in de organisatie (2012) van Leike van Oss en Jaap van ’t Hek. Daarin gaat het over alledaagse, onverwachte en soms onaangename gebeurtenissen, als uitvloeisel van een voortdurend aanwezige realiteit in de organisatie die zij benoemen als (het) Ondertussen. Dat Ondertussen is dan wat niet in je blikveld ligt, omdat je druk bezig bent met iets anders. Of dat wat je wel ziet, maar waar je verder niet echt naar kijkt. De auteurs halen John Lennon aan: ‘Life is what happens to you, while you’re busy making other plans.’ Zo is het ook met het Ondertussen: het is er, net als het leven, en overkomt je, terwijl je druk bent met van alles en nog wat. Zo bezien gaat dit boek over de maakbaarheid en vooral onmaakbaarheid van het moderne organisatieleven.

Valt daar een interessant boek over te schrijven? In Ondertussen in de organisatie gaan de auteurs gedreven op onderzoek naar dit complexe en ongrijpbare begrip. Ze bakenen allereerst af welke vormen het Ondertussen heeft in de context van organisaties. Zo onderscheiden ze drie mechanismen waarop we Ondertussens creëren. In de eerste plaats doen we dat door de beperktheid van onze eigen waarneming. Ieder mens kijkt door zijn eigen referentiekader naar de wereld en ziet datgene wat voor hem betekenis heeft. We zien dus, maar missen evengoed ook veel.

In de tweede plaats ontstaat Ondertussen in interactie met anderen. Hier geldt hetzelfde: we laten elkaar het nodige zien, maar evengoed verhullen we, verbergen we, houden we zaken geheim. Zo ontstaat ongezien gebied: groepsprocessen, machtsspelen en emotionele processen. In de ruimte tussen wat we openlijk met elkaar doen en wat zich meer in de coulissen afspeelt, ontstaat Ondertussen.

In de derde plaats zijn er modellen, theorieën en concepten die bedoeld zijn om de werkelijkheid beter te begrijpen. Maar juist die modellen versimpelen de alledaagse werkelijkheid. Wat er tussen het theoretisch ideaal en de dagelijkse praktijk zit, vormt een derde Ondertussen.

Al met al is Ondertussen in de organisatie een merkwaardig, origineel, goed geschreven en prachtig vormgegeven boek, waar ik me met groot plezier doorheen lees. Dat komt niet doordat het een gemakkelijk boek is; integendeel. Het fenomeen Ondertussen beschouwen is als op zoek gaan naar het donker: zodra je het licht aandoet, is het weg. Als managementboek is het boek uniek in zijn soort: het biedt geen oplossingen, modellen of stappenplannen, maar beschouwt en onderzoekt de grenzen van ons idee van maakbaarheid en controle. Probeer een open oog en oor te hebben voor wat er in de organisatierealiteit speelt en wat zich aan je voordoet, stellen de auteurs, ook als dat verrassende of onaangename dingen zijn, terwijl je ondertussen zo druk bent met belangrijke dingen. ‘Het is juist het onbepaalde, het meervoudige en eindeloos veranderende karakter van de realiteit, dat door de geruststellende categorieën en concepten wordt verhuld ... totdat het echte leven zich, als een wake-up call, openbaart, als een Ondertussenervaring.’

Een veel luchtiger en provocatiever toon treft De zin van onzin. Leren leven met het ongerijmde maakt gelukkig (2014) waarin de paradox perfect/imperfect centraal staat. Auteur Jeffrey Wijnberg stelt dat de moderne mens lijdt aan een obsessie om alles kloppend te krijgen en dat juist dat streven leidt tot allerlei problemen. Succes lijkt het einddoel, maar is vaak pas het startpunt van nieuwe verantwoordelijkheden, hogere verwachtingen en extra druk. Zo is er heel veel in het leven dat niet is zoals we zouden willen en in dit boek komt een aantal van die ‘ongerijmde’ gebieden voorbij.

Wijnberg loopt er met speelse ernst doorheen en laat er zijn provocatieve licht op schijnen. De liefde en ons wanhopige streven om relaties kloppend te krijgen. Ons voortdurende gevoel van tijdgebrek. Onze worsteling om op een goede manier voor onszelf op te komen: niet te aangepast en niet te onaangepast. Het is een bekende formule - Wijnberg schreef inmiddels al ruim tien vergelijkbare boeken - en heel diep graaft De zin van onzin niet. Maar voor wie - om met Martin Bril te spreken - de oppervlakte diep genoeg is, biedt het boek veel vermakelijke illustraties en voorbeelden van de menselijke perfectiedwang. En voor de begeleidingskundige biedt het inspiratie om cliënten hierin een ander perspectief voor te houden.

Ten slotte lees ik Brené Browns De kracht van kwetsbaarheid (2013; vertaling van Daring greatly). Brown is een paradox in zichzelf: als geboren Texaanse - van het naar eigen zeggen ‘lock and load’-type (liever een geweer pakken dan praten) - deed ze onderzoek naar het thema kwetsbaarheid. En met succes: grote faam verwierf ze door haar TED-talk over dit thema; de lezing behoort tot de meestbekeken TED-filmpjes aller tijden. Kwetsbaarheid is waar we allemaal naar verlangen (en wat we erg in anderen bewonderen), maar waar we tegelijkertijd doodsbang voor zijn. Kwetsbaar durven zijn vraagt moed om de angst en schaamte voor kwetsbaarheid voorbij te komen.

Mooi aan Browns verhaal vind ik de echtheid waar ze voor pleit. Deze is noodzakelijk om de ontmenselijking van organisaties tegen te gaan en voor het ontwikkelen van authentiek leiderschap.

Ben ik nu wijzer geworden over paradoxen na lezing van deze boeken? Ja en nee. Zeker, ik weet meer over paradoxen, hun aard en welke betekenis en verschijningsvorm ze hebben in de context van organisaties en leiderschap. Tegelijkertijd is me duidelijk geworden dat het omgaan met paradoxen eerder levenskunst is, dan specifieke begeleidingskunde. Het gaat erom schijnbare tegenstellingen in jezelf te verzoenen. Dat vraagt vaak om innerlijke groei; een kant van de polariteit leren accepteren die je helemaal niet aantrekkelijk vindt en iets loslaten waar je erg aan gehecht bent.

Omgaan met paradoxen vraagt om het durven toelaten van het idee dat niet alles te controleren is en om het besef van de waarde van het niet weten. Zoals Socrates al zei, is begrijpen vooral snappen dat je heel veel niet begrijpt. En met dit laatste, merkwaardig paradoxale inzicht, beëindig ik voorlopig mijn zoektocht om meer te weten over paradoxen.

(deze bijdrage verscheen eerder in het Tijdschrift voor Begeleidingskunde, 3/2014)

Besproken

Edward Slingerland (2014). Proberen niet te proberen. Waarom alles beter gaat als je het niet te graag wilt. Amsterdam: Maven Publishing. ISBN 978 94 9184 517 8.

Lenette Schuijt (2006). Praktijkboek Werken met paradoxen. Rotterdam: Boom. ISBN 90 5670 141 X.

Leike van Oss & Jaap van ’t Hek (2008). Ondertussen in de organisatie. Amsterdam: Mediawerf. ISBN 978 94 9046 312 0.

Jeffrey Wijnberg (2014). De zin van onzin. Leren leven met het ongerijmde maakt gelukkig. Schiedam: Scriptum. ISBN 978 90 5594 857 4.

Brené Brown (2013). De kracht van kwetsbaarheid. Utrecht: A.W. Bruna. ISBN 978 90 4496 948 1.