Leiderschap volgens het Koningslied
 

Wil je zien wat me bezighoudt?

Blogitems uit 2013

Regelmatig schrijf ik in blogvorm over zaken die me raken of aan het denken zetten: ervaringen in mijn werk, ontmoetingen, inspirerende boeken, films of thema’s. Je vindt ze hier.

22 apr
2013

Leiderschap volgens het Koningslied

De kritiek op het lied die je wist dat zou komen – het kabaal rond het Koningslied was de afgelopen dagen werkelijk oorverdovend. In dit blog zal ik mij  niet laten verleiden tot een herhaling van alle hoon en smaad; van liedjesschrijven heb ik tenslotte geen verstand. In plaats daarvan poog ik een andere vraag te beantwoorden: welk leiderschapsbeeld roept het Koningslied op?

Ter inleiding vat ik in kort bestek een paar noties over leiderschap samen. Met ‘leiderschap’ wordt in de managementliteratuur het proces benoemd dat zich afspeelt tussen een leider en zijn of haar volgers. De kernopgave van de leider is zijn volgers zodanig te beïnvloeden dat zij gaan doen wat hij graag wil dat ze gaan doen. Opvallend nu is dat in alle theorievorming de focus vrijwel geheel ligt op de persoon van de leider. Men heeft bijvoorbeeld flink nagedacht over de vraag wat precies bepaalt of een leider dit effectief doet, met andere woorden: wat maakt iemand een effectieve leider? Tot ver in de jaren veertig van de vorige eeuw dacht men dat een goede leider geboren werd. Later keek men vooral naar wat leiders doen, weer later dacht men dat het vooral de context was die bepaalde wat de leider moest doen. En de volgers ondertussen? Die volgden vooral.

Het Koningslied nader bekeken
“Daar sta je dan..” Ook in het begin van het Koningslied lijkt het er even op dat de leidersfiguur, de koning, geheel en al centraal zal staan. Daar sta je dan.. roept een beeld op van een vorst die op het bordes van zijn paleis uitkijkt over een menigte trouwe onderdanen. Het valt wel onmiddellijk op dat we hier niet van doen hebben met een traditionele autocratische heerser – let op het woordje ‘je’. Dat maakt de afstand klein: de volgers mogen hem tutoyeren.

In de regels er na versterken de schrijvers dit beeld van een menselijke leider. Hij kent twijfel (“Ben je er klaar voor? Kun je dat ooit echt zijn?”). Niets menselijks is hem vreemd en met de strofe (“Ieder mens heeft een taak in dit leven”) wordt de vorst definitief tot een van ons gemaakt. Ieder mens heeft een taak in dit leven en doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg. De leider is afgedaald van zijn bordes en staat nu tussen ons in, als een van ons (“En kijk om je heen, wij lopen met je mee”).

We zijn nu nog slechts luttele regels onderweg in het Koningslied, maar nu al is duidelijk dat onze leider een zeer moderne leider is. Tussen zijn volgers in een volstrekt horizontale betrekking, zo definiëren de schrijvers de vorst. Het is een modern beeld van leiderschap. We sturen samen en met elkaar in voortdurende interactie. Het is door en door democratisch leiderschap, dat aansluit bij het concept van ‘gedeeld leiderschap’. 

In het couplet daarna gaan Ewbank c.s. nog een stap verder –dit is waar het lied echt interessant wordt.

Door de regen en de wind, zal ik naast je blijven staan. Ik bescherm je tegen alles wat komt. Ik zal waken als jij slaapt. Ik behoed je voor de storm. Ik hou je veilig zo lang als ik leef.”

Liepen de volgers net nog mee met hun leider –een  daad van loyaal maar ook wat slaafs en een tikje afhankelijk volgerschap- nu pakken zij hun autonomie, getuige het kloeke naast hem staan. En sterker nog, de leider kan zich beschermd weten en kan rustig gaan slapen (“Ik zal waken als je slaapt”). Hier is niet slechts sprake van een ontwikkeling, hier wordt in een couplet een totale transformatie beschreven van het volgerschap. De rollen zijn volledig omgedraaid: niet langer heeft de leider het heft in handen. Wat hem rest is slechts volgen en reageren op de volgers die de loop der dingen bepalen. Het is de leider die volgt en het zijn de volgers die leiden.

Ewbank en anderen werken in de rest van het lied deze metafoor bekwaam uit. De volgers zijn ontketend: “Ik bouw een dijk met m’n blote handen en hou het water bij je vandaan.” In alles zijn de rollen nu omgedraaid: niet de charismatische leider vertelt ons zijn droom als ware hij een Marten Luther King, nu vragen de volgers hem naar zijn droom, opdat zij deze kunnen verwezenlijken. “Laat me weten wat je droomt, waar je hart zo naar verlangt, ik zal niet rusten tot het waar geworden is.” Dit is dienend volgerschap 2.0! De bijzondere paradox is wel dat naarmate de volgers in het lied aktiever de leiding nemen, de leider in al zijn passiviteit steeds belangrijker wordt. Alles draait nog om hem, hij heeft met minimale inspanning een maximaal effect bereikt.

Conclusie
Al is het lied vermoedelijk geen stilistisch hoogstandje, het Koningslied bevat een aantal originele beelden over de verhouding tussen leider en volgers. Het verkent modern leiderschap, of liever: leidend volgerschap in de 21e eeuw. De W is nu van wachten op de wetenschapper die zich waagt aan verdere theorievorming rond dit boeiende concept.

 

Joris Brenninkmeijer is coach en adviseur. Hij zet zich in voor levendige en bezielde veranderprocessen in organisaties.