Acht vragen over lef en laf die u altijd al wilde weten (maar nooit durfde te stellen)
 

Wil je zien wat me bezighoudt?

Blogitems uit 2012

Regelmatig schrijf ik in blogvorm over zaken die me raken of aan het denken zetten: ervaringen in mijn werk, ontmoetingen, inspirerende boeken, films of thema’s. Je vindt ze hier.

28 mar
2012

Acht vragen over lef en laf die u altijd al wilde weten (maar nooit durfde te stellen)

1. Lef en laf: klinkt leuk, maar hoe bedoel je?

Lef en laf zijn bijna identieke woorden met een volstrekt verschillende betekenis en een uitgesproken gevoelswaarde. Daden van lef zijn bijvoorbeeld:

- je zegt tegen de directeur in het bijzijn van anderen dat je zijn presentatie niet best vond.
- je confronteert iemand in een groep
- of ook: je geeft toe dat je een fout hebt gemaakt
- je neemt intiatief om iets nieuws, riskants te proberen

Omgekeerd duiden we met laf aan die dingen die je zou kunnen doen, maar niet hebt gedaan. In feite zeg je: je hebt niet de moed om ... Bijvoorbeeld:

- je bent te laf om de directeur te zeggen dat zijn presentatie nergens op leek
- je hebt de moed niet gehad iemand de waarheid te zeggen
- je was te laf je fout toe te geven
- je bent te laf om eens iets nieuws te proberen

Lef en laf: ze verschillen een letter, maar er zitten werelden van verschil achter. In beleving, actie en ervaring.

2.  Is die tegenstelling er altijd al geweest?

Jazeker, het thema is van alle tijden. Door de eeuwen heen hebben allerlei denkers zich beziggehouden wat de waarde en betekenis is van lef en laf. In de tegenstelling is fel stelling genomen, vaak niet door de minsten. Zo schreef Mahatma Gandhi in zijn boek Non-Violence in Peace and war: “Ik geloof dat, waar enkel de keuze zou gelaten worden tussen lafheid en geweld, ik geweld zou aanraden.” Gandhi was zoals bekend beslist geen warm pleitbezorger van geweld, maar kennelijk was dit nog verre te prefereren boven zoiets vreselijks als lafheid.

Maar de Chinese wijsgeer Lao Tse dacht daar heel anders over en propageerde vanuit zijn visie op de natuurlijke gang der dingen juist lafheid en voorzichtigheid. Lef forceert zaken en maakt dingen eerder kapot dan stapje voor stapje, behoedzaam je weg zoeken.
“Het richtsnoer in de aanpak van alle dingen is: wees net zo voorzichtig aan het einde als aan het begin; dan kan er niets verkeerd gaan.” (Het boek van de Tao en de innerlijke kracht).

Voor zover je van een debat kunt spreken is het duidelijk dat tegenwoordig Lao Tse de onderliggende partij is. Ons moderne denken is individualistisch, gericht op zelfverwerkelijking en gestoeld op de veronderstelling dat veel mogelijk is, als je maar wilt en durft. Succes is niet voor lafaards, schrijft een populair managementboek en daarmee is de sensus communis aardig getroffen.

 


3. En nu concreet: wat zijn echte lefgozers?

Dan komen we natuurlijk op  een hele serie helden met bewonderenswaardige moed en prachtige verdiensten. Neem Christoffel Columbus, ontdekkingsreiziger. Had het lef om een heel nieuwe weg naar Indië te zoeken en belandde in een nieuwe wereld. Of neem Nelson Mandela, vrijheidsstrijder van het ANC. Had de moed om jaren in gevangenschap door te brengen met ongewisse afloop en slechts de zekerheid daarmee moreel gezien het juiste te doen, namelijk te staan voor zijn principes.

Of neem Toni Hoffman, een Australische verpleegkundige. Toen een nieuwe chirurg bereid bleek in een afgelegen streekziekenhuis te komen werken, was het bestuur dolblij dat het gelukt was de vacature op te vullen. Maar verpleegkundigeToni Hoffman keek toe hoe de nieuwe arts regels negeerde, onnodige operaties verrichte en de een na de andere ingreep verprutste. Toen haar klachten telkens werden genegeerd, begon ze een campagne. Ondanks dreigend ontslag en een rechtszaak zette ze door. Uiteindelijk bracht een parlementair onderzoek de man in verband met 87 sterfgevallen. Hij stond terecht voor meervoudige doodslag. Hoffman werd uitgeroepen tot Australiër van het jaar.

4. En wat zijn angsthazen -lafaards?

Merkwaardig genoeg is het lastiger echte lafaards aan te wijzen. Misschien omdat ze niet zo zichtbaar zijn (ze kijken wel uit). 


 

5. Als lef zo’n begerenswaardige eigenschap is, waarom zijn we dan vaak laf?

Dat heeft alles te maken met de heel menselijke neiging om ons te conformeren aan de meerderheid. Verschillende psychologische onderzoekers hebben dit op interessante wijze geïllustreerd. Zo deed Solomon Asch (1950) een onderzoek, waarbij hij proefpersonen lijnen liet matchen van dezelfde lengte. Zeer gemakkelijk en in 99% van de gevallen gaven proefpersonen het juiste antwoord. Echter: plaatste Asch ze in groep met handlangers die het verkeerde antwoord gaven, dan begonnen proefpersonen fouten te maken. Wat heet: liefst 75% gaf het verkeerde antwoord.

Het goede nieuws: 25% deed dit niet (ook al gaven ze daarbij blijk van groot onbehagen; “sorry, maar ik moet het zeggen zoals het is.”). Er zijn dus altijd personen die het lef hebben af te wijken. Het tweede goede nieuws is dat een schaap over de dam meer doet volgen: gehoorzaamheid kelderde tot bijna 0 wanneer er een proefpersoon bij zat die wel steeds goede antwoord gaf.

Een ander, berucht onderzoek dat beangstigende evidentie leverde voor wat wel eens de gehoorzaamheidsreflex heet, werd gedaan door Stanley Milgram. Hij liet proefpersonen (zogenaamd) stroomstoten toedienen aan andere proefpersonen. De gehoorzaamheid aan de testleider ging zover, dat een aantal hiermee doorging tot het niveau dat degene die de stroomstoten ontving in het echt dood zo zijn geweest.

6. Dus lef is goed, laf niet?

Op basis van het bovenstaande zou je geneigd zijn te zeggen van wel. Lef gaat gepaard met louter positieve associaties: risico nemen, nieuwe dingen ontdekken, staan voor je idealen, morele moed. Lafheid is slap, angstig, grijs en grauwe middelmaat. Laf heeft uitgesproken negatieve connotaties. “Bah, wat een laffe saus.” Na de eerste hap voel je nog een beetje nieuwsgierigheid. Na de tweede is dat definitief over. De smaak is vreugdeloos en pappig. De lucht is weeïg. Zo smaakt laf. Laf proeft vies. Of neem  een laffe helling, een vals plat. Je hebt het niet in de gaten. Een verradelijk hoestje; een ziekte als sluipmoordenaar. Laf is misselijk, het draalt wat in je buik. Laf voelt niet lekker.

Vraag is of deze betekenisgeving terecht is. Welbeschouwd vormen lef en laf twee polen van een tegenstelling, ook wel paradox genaamd. De lefkant vertegenwoordigt de moed en durf-kant, de laf-kant de angst en voorzichtheid.

7. Even filosofisch over de paradox: is het lef-of-laf of liever lef-en-laf?

Lef-of-laf impliceert dat het of het een of het ander is, dat we een keuze kunnen maken. Zo lijkt het ook met lef en laf. De lafkant heeft niet onze voorkeur, liever zijn wij moedig, dapper, nemen we grote stappen. Iedereen wil een held zijn, niemand een angsthaas.
Maar in de kern hebben beide zo hun eigen waarde. De lefkant zet ons aan een extra stapje te doen, de lafkant zegt ons soms dat we dat niet durven en er voor terugdeinzen.Onze neiging met paradoxen is om naar een kant van de pool te bewegen. Neem sturen en loslaten. Veel leidinggevenden willen graag het stuur in handen hebben (daarvoor zijn ze tenslotte leidinggevende geworden) maar hebben moeite controle los te laten. Ontwikkeling van denken en handelen zit hier in het ontwikkelen van de andere pool dan de favoriete.
En zo is het ook met lef en laf. De ontwikkelopgave is om beide kanten van de paradox te zien en te erkennen. Vraag is waarom we dit zo erg vinden? Wat is er eigenlijk mis met lafheid? Een beetje lafheid houdt je op de grond, voorkomt dat je gekke sprongen maakt, teveel risico neemt  en onderuit gaat. En hoe zit dat eigenlijk met lef: is een teveel aan lef en branie niet de oorzaak van veel ellende, kredietcrisis of andere debacles? Cees Buddingh heeft de samenhang tussen lef en laf prachtig verwoord: "Slechts weinig mensen zijn moedig genoeg om in bepaalde omstandigheden laf te durven zijn".

De paradox in actie: lef of laf?

 

8. En waarom is dit nu zo belangrijk in organisaties?

Een paar vragen zijn interessant. In organisaties wordt lef in woord en geschrift in hoge mate gewaardeerd. We noemen het dan: ondernemerschap. Ondernemend gedrag, risico’s nemen, pro actief handelen: het zijn allemaal synoniemen voor eenzelfde soort gedrag, kortweg te kenschetsen als ‘lef’. Onduidelijk blijft vaak wat voor gedrag in de praktijk van alledag van lef getuigt. Delen we misschien veel te weinig ‘helden’verhalen, waarin iemand iets bijzonders heeft gedurfd en gedaan?
Zo waarderend als organisaties in woord zijn over lef, zo behoudend, risicomijdend en voorzichtig lijken mensen soms in de praktijk. En het hierover hebben is lastig. Je zou kunnen stellen: we hebben het misschien wel veel te weinig over de schaduwzijde van de organisatie en onszelf. Gesprekken waarin we even stilstaan bij wat lastig is, wat iemand moeite kost, waarover hij aarzelt.

Hoe kan het dat iets waar wij zo vol van zijn, zo beperkt plek krijgt en besproken wordt in organisatiecontexten?